5 vragen aan Liesbeth Dullaart-Pruyser

  • Je bent psychoanalyticus in je vrijgevestigde praktijk en je schildert: hoe verhouden die twee beroepen zich tot elkaar in jouw leven?

Bij mij ligt dat heel eenvoudig, ik heb een fijn beroep als psychoanalytica waarmee ik decennialang mijn brood verdien en het schilderen is meer een uit de hand gelopen hobby, gelukkig juist géén beroep met alle eisen van dien, dus een ideale combinatie. En allebei even belangrijk voor mij.

Wél heb ik, om meer te kunnen schilderen, een aantal jaren geleden een praktijkdag ingeleverd én mijn divan weggegeven, dus, bankanalyses exit, dat zegt veel over mijn sterke wens om te schilderen, en ook een soort vanzelfsprekendheid daartoe, het schilderen hoort bij mij, ik kan het gewoon niet laten, en omdat ik ijverig en gedisciplineerd ben, moeiteloos mijn best doe om vooruit te komen, heb ik jarenlang vele lessen genomen bij professionele kunstenaars om het vak te leren, ook ambachtelijk.

Het psychoanalytica zijn is wél mijn beroep. Het offer om geen analyses meer te doen om meer tijd te hebben voor het schilderen viel mee, ik vind het heerlijk om nog drie dagen hard te werken als psychotherapeut en supervisor, mijn praktijk hoort ook bij mij, net zoals schilderen, eigenlijk voel ik niet zoveel verschil in het enorme plezier dat ik aan beide bezigheden beleef. Daarbij speelt alles zich af in ons huis, alles bij de hand, twee trappen en ik kom van ons wonen in mijn werkkamer en in mijn atelier.

  • Hoe beïnvloedt de psychoanalyse het schilderen en andersom, wat merk je van je schilderkunst in je spreekkamer?

Dat is een leuke vraag, je bedoelt denk ik in overdrachtelijke zin. Ik denk wel eens: ben ik een psychoanalytica die meer met beelden, figuraties werkt omdat ik ook schilder, snel een beeld, een voorstelling zie van wat de cliënt mij vertelt of wat wij aan het onderzoeken zijn, de cliënt in dat door mij gecreëerde decor zie. Ja, dat denk ik wel, maar ik weet heel goed dat het míjn voorstelling is die ik maak, om de een of andere voor mij bewust of onbewust (deels tegenoverdrachtelijk) motief, daarbij, er is altijd een stuk in onszelf dat wij niet kennen dat toch in de voorstelling, het visueel ervaren van je cliënt en in de therapeutische relatie aanwezig is.

Uit het voorafgaande  komen we terecht bij je vraag naar  de psychoanalyse in mijn atelier. Ja, mijn atelier is mijn eigen analytische ruimte, ik ben heel goed met mijzelf en ook dichtbij mijzelf als ik aan het schilderen ben, of voorbereidingen ertoe tref, ik schilder absoluut vanuit het psychoanalytische mensbeeld waar ik heel veel van houd, dat zit zo in mij verweven, bij het wezenlijke, bijv. de ziel van de geportretteerde te komen, of het wezenlijke van een landschap, het kan alles zijn , ik maak geen plaatjes, mijn werk is gelaagd. Ook dat deel van mijzelf dat ik niet ken, ik merk dat ik daarnaar op zoek ben als ik schilder. Aquarel of tempera zijn voor mij prima media die daarbij helpen, natte lagen verf, opgeslorpt of afgeweerd, en uiteindelijk via mijn brush stroke geaccepteerd door het papier of welke drager dan ook. Dat wat ik terugkrijg van het doek maakt of het schilderij ‘af’ is, dat ik het doek innerlijk accepteer, en dat de imperfecties een geaccepteerde eigenheid van het doek zijn geworden.

Ik hoop dat wij iets dergelijks bereiken bij onze cliënten, in het proces van het samen zoeken de eigenheid bereiken en deze accepteren.

Portret van Boudy in kleinkinderkamer

  • Zijn er overeenkomsten in het proces van analyseren en schilderen?

Ik denk dat mensen in een langdurende, therapeutische vertrouwensrelatie met de analyticus de rust en ruimte vinden om naar het afgeweerde én het geaccepteerde van zichzelf te kunnen kijken, en dat daardoor nieuwe, innerlijk creatieve processen kunnen ontstaan. Pak je innerlijke penseel, zoek je drager, laat je hinderlijke overmatige ik-betrokkenheid los en ga aan de slag, er valt niets te vrezen …

  • En als we de vraag over de verwevenheid van werkkamer en atelier concreet beschouwen?

Mijn cliënten weten dat ik de schilderkunst beoefen! Het kan ook niet anders, mijn voor de cliënten niet zichtbare woonhuis hangt vol met schilderijen, foto’s en ook het van de woning gescheiden praktijkgedeelte hangt vol, werkkamer, wachtkamer, praktijkkeuken. Ik ben ook als kind gewend om tussen de natte schilderijen en de te drogen gehangen foto’s te leven, er was veel huisvlijt en wat we nu noemen de flow straalde er vanaf. Mijn vader had een doka waarin ik vaak met hem vertoefde, mijn moeder schilderde, op een gedeelte van de huiskamertafel stonden haar penselen in glazen potten, op haar tafelezel zag je altijd het doek waar ze mee bezig was, fascinerende tubes verf, prachtig gekleurde pastelkrijtjes, en dan haar ouderwetse bruine schilderskist die zij in 1935 aanschafte toen zij naar de Kunstnijverheidsschool ging. Die kist had ik  al voor haar dood gekregen en ik gebruik hem dóór. Dus, ik zou zo zeggen, integratie alom. Cliënten vragen wel of niet naar de schilder van al die schilderijen, mijn antwoorden zijn verschillend, vorige zomer moest ik vanwege enorme verbouwingsherrie in ons huizenblok aan de tuinkant met mijn cliënten de werkkamer ontvluchten, dan maar verder in mijn atelier aan de straatkant, even rondkijken, en de focus weer moeiteloos op de therapie. Cliënten komen echt voor therapie, zij begrijpen ook wat therapie is, dat voel je, dat een analyticus de éen of andere fervente hobby heeft is voor hen een weetje van zeer ondergeschikt belang.

  • Wat beleef je als psychoanalytica bij het schilderen van portretten van Freud en andere analytici uit zijn tijd?

Ja, dat is ook wel een leuk proces geweest: voordat ik ging schilderen, fotografeerde ik veel, twintig jaar geleden besloot ik het fotograferen om te ruilen voor het schilderen. Ik heb nog steeds veel met foto’s, vooral de foto ‘uit’ het schilderij te halen, een eigen schilderkunstige interpretatie te geven van de foto interesseert mij, daarvoor heb je foto’s van goede ‘koppen’ nodig, wie kan ik daarvoor beter gebruiken dan mijn geliefde leermeester Freud? Hij  heeft echt een fantastische, sprekende, markante kop. Ik heb nu zo’n twintig ‘Freudjes’ geschilderd, en 10 andere psychoanalytici uit zijn kring. Freud wil ik portretteren met het mededogen en het liefdevolle in zijn blik, niet met de strenge, doorvorsende blik waarmee hij gekarikaturiseerd wordt. Van het dubbelportret van de dames Jeanne Lampl en Anna Freud wil ik hun innige vriendschap vastleggen, even beider beroemdheid opzij zetten en lekker samen babbelen in een bootje op de Amstel.

Dubbelportret van Jeanne Lampl-de Groot (1895-1987) en Anna Freud (1895-1982)

Ferenczi heb ik onlangs vastgelegd in een aquarel met warme kleuren, met een innemende, beetje aarzelend vragende blik. Ik bestudeer de historische figuren van tevoren grondig, ik heb hen nooit ontmoet dus moet ik ze op een andere manier eigen maken om ze te kunnen schilderen. Collegae worden door deze schilderijen geraakt, dat vind ik fijn.

Portret van Sándor Ferenczi, Hongaars psychoanalyticus (1873-1933)

Liesbeth Dullaart-Pruyser is psychoanalyticus en schilder

 www.dullaartpruyser.nl

 www.elisadp.nl

Het schilderij boven aan de pagina is een portret van Sigmund Freud; aquarel op paneel met bewerkte gesso

volg via Email
Facebook
LinkedIn

One Reply to “5 vragen aan Liesbeth Dullaart-Pruyser”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *